Niels Schouten (Hilversum, 1959) is formeel een autodidact, alhoewel hij teken- en schilderlessen kreeg van zijn vader, de kunstschilder Pieter Schouten.
Letterlijk “en plein air”, want als jochie van tien zat hij al bij zijn vader achter op de brommer, toerend door het Noord-Hollandse Waterland en de Zeeuws-Vlaamse polders. Zo werd zijn interesse voor het landschap geboren.
Toen hij – zo’n of twintig jaar geleden – begon met schilderen, werkte hij met verf gemengd met verschillende materialen zoals cement, zand en andere grondsoorten. Aardetinten stonden toen voor hem voorop. Na het zien van het werk van Nicolas de Stael (Sint-Petersburg, 1914 – Antibes, 1955) is daar verandering in gekomen. Er kwam kleur in zijn werk en ook de diverse materialen werden gereduceerd tot alleen verf, meestal acryl.
Geleidelijk aan leerde hij in zijn werk al het overbodige weg te laten en de essentie weer te geven. Hij ontdekte hoe belangrijk het is om via de horizon contrast aan te brengen en het schilderij spanning te geven.
“Het schilderen geeft mij een gevoel van vrijheid”,